Bundeling van krachten?

Zijn de belangen van de achterban FFP, SEH en RFEA te verenigingen? Dat is de vraag in deze column van Jurjen Oosterbaan Martinius in het Assurantie Magazine

Op 19 mei jl. werd de branche verblijd met het persbericht waarin FFP, SEH en RFEA aankondigen de handen ineen te slaan om tot één krachtige beroepsorganisatie te komen. We moeten nog even tot september wachten op de details.

Het persbericht lichtte desondanks wel een tipje van de sluier op over wat komen gaat. De organisaties willen hun eigen identiteit en hun eigen keurmerk behouden. Dus geen fusie en integratie van de organisaties. In het algemeen brengen fusies, met als recent voorbeeld Air France en KLM,  minder dan wat de initiatiefnemers ervan verwachten. Ook binnen onze eigen sector hebben we gezien dat de op papier zo voor de hand liggende fusie tussen NVA en NBVA niet heeft gebracht wat men bij het fusiebesluit hiervan had verwacht. Ik denk dan ook dat handhaving van de eigen identiteit en het keurmerk een verstandig uitgangspunt is binnen deze nieuwe samenwerking.

Als integratie niet het doel is, wat dan wel? Het persbericht geeft aan dat de nieuwe organisatie voor overheid, toezichthouders en andere stakeholders wil fungeren als één aanspreekpunt voor financieel advies.

Ik ben bang dat deze doelstelling te hoog gegrepen is en voor mij is het raadselachtig hoe de samenwerking concreet eruit gaat zien. Niet zo zeer omdat er andere organisaties zijn die ook als waardevolle gesprekspartners functioneren, maar omdat je in een ideale wereld kunt denken aan een federatief model waarin alle belangenbehartigers toetreden en met één stem gaan spreken. Bij mij komt eerder het beeld van de kruiwagen met kikkers voor ogen. Kikkers die maar niet willen blijven zitten.

Mijn aarzeling zit dan ook veel meer in het gemengde karakter van de achterban van de organisaties. Bij FFP en SEH bestaat de achterban uit adviseurs van wie een deel functioneert als onafhankelijk adviseur en een deel werkzaam is bij aanbieders. Beiden zijn mij lief. Maar ze zijn niet hetzelfde en ze hebben niet dezelfde belangen.

De aanbieders concentreren hun belangenbehartiging binnen het Verbond en NVB. Bij beide organisaties werken meer mensen dan bij alle belangenbehartigers van onafhankelijk adviseurs bij elkaar. Zij zijn dus al krachtig genoeg. Een derde organisatie waar ze invloed op hebben is misschien wat te veel van het goede.

Aanbieders hebben andere, legitieme belangen dan onafhankelijk adviseurs
Er zijn immers nog steeds aanbieders die niet automatisch de risico-opslag verlagen wanneer de consument daar recht op heeft. Er zijn aanbieders die onder het mom van de AVG geen data willen delen met de adviseur die deze nodig heeft voor onderhoud en nazorg. Veel aanbieders attenderen hun bestaande klanten niet op de mogelijkheid premievoordeel te behalen door bij dezelfde aanbieder het product over te sluiten. Veel aanbieders beijveren niet, dat consumenten die hun aflosvrije hypotheek voor een deel willen aflossen, eerst nagaan of investeren in verduurzaming misschien verstandiger is dan vroegtijdig aflossen. Zo zijn er heel veel voorbeelden te geven waar aanbieders andere belangen hebben dan onafhankelijk adviseurs.

Het bemiddelingsproces zal in de komende jaren ingrijpend veranderen
Er zullen nog stevige strijden gestreden moeten worden over de vraag wie in de nieuwe, digitale wereld welke werkzaamheden gaat uitvoeren.

Eén aanspreekpunt voor zaken waar de achterban van dat aanspreekpunt totaal verschillend over denkt? Ik zie het nog even niet voor me en ben benieuwd naar de oplossing van dit raadsel dat in september gepresenteerd zal worden.

Eerste publicatie door Jurjen Oosterbaan op 4 jun 2020