Hernemen van de regie

Nederland was in mijn beleving bezig een niet meer zo leuk land te worden. Onverschilligheid, egoïsme, botheid werden steeds meer het dagelijkse normaal. Elke minderheid claimde het recht van het absolute gelijk. Het leek alsof de samenleving in steeds meer kampen uiteenviel. Kampen die alles over elkaar vonden, maar niets gemeenschappelijks leken te willen hebben. Met praatprogramma’s op tv die in de strijd om de kijkcijfers het liefst mensen aan één tafel lieten zitten die juist nooit en te nimmer met elkaar in één ruimte wilden verkeren.

En toen was er het coronavirus.

In een oogwenk bleek er ook een ander Nederland te zijn. Een Nederland van mensen die wél betrokkenheid bij elkaar voelden. Die een beer voor het raam zetten. Die even de boodschappen voor de buurvrouw verzorgden. Die gewoon deden wat de Minister President hen vroeg. Niet even een dag. Maar wekenlang. Die in stilte luisterden naar de koning die de vraag stelde hoe het toch mogelijk was dat die overvolle tram onder het oog van honderden omstanders dwars door de stad had kunnen rijden. En opeens ging de samenleving weer lijken op iets wat we herkenden uit het verleden.

Wat er gebeurde was dat de meerderheid die in de afgelopen jaren stiller en stiller was geworden en verdwaasd had gekeken naar de wereld om hen heen, de regie over het fatsoen en de onderlinge verbondenheid terugnam. De zwijgende meerderheid trad naar voren en deed wat nodig was om de ellende van het virus zo beperkt mogelijk te houden.

Het coronavirus zal overwonnen worden. De grote vraag is of met het verdwijnen van het virus de hufterigheid van de grote ik weer zal terugkomen.

En hoe heeft de financiële sector het in deze periode gedaan? Om in het oorlogsjargon te spreken: “was de sector goed of fout”? Het is misschien nog te vroeg om de balans op te maken. Zeker er waren bureaucraten die niet verder kwamen dan op de kalender kijken om te constateren dat een fatale datum een fatale datum is. Maar dat was een kleine minderheid.

Ook in onze branche toonde de meerderheid haar betrokkenheid. Klanten die in problemen raakten, werden opeens op hun woord geloofd. Oplossingen werden gevonden waar ze een paar weken daarvoor onmogelijk leken. Grenzen van het eigen exclusieve territorium gingen voor anderen open. Elkaar helpen. Zorgen voor elkaar. Ook dat werd in onze sector de nieuwe vanzelfsprekendheid van wat opeens de meerderheid bleek te zijn.

We zijn er nog lang niet. Nieuwe dreigingen liggen op de loer. Maar we zijn door het coronavirus ook sterker geworden.

Want we hebben elkaar weer ontmoet.