Dubbel getroffen

Column Jurjen

Ik voel mee met al die mensen die op enig moment het bericht kregen “er is bij u kanker geconstateerd”. Ondanks de enorme vooruitgang die de medische wereld bij deze ziekte boekt, zal de mededeling “u heeft kanker” toch het ergste doen vrezen. Wanneer je dan als patiënt na lange tijd te horen krijgt dat je “schoon” bent en weer als “gewoon mens” door het leven kunt gaan, snap ik dat je je dubbel getroffen voelt wanneer je vele jaren later bij het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering moet constateren dat de verzekeraar in kwestie je eigenlijk liever niet ziet komen. Nou ja o.k. dan. Wanneer je extra betaalt mag je binnenkomen.

Ik begrijp dat deze houding van de verzekeraars boosheid en verdriet veroorzaakt. Wanneer het sterfterisico van mensen met en zonder een verleden met kanker gelijk is, zijn deze gevoelens ook terecht. Maar, zouden die gevoelens verdwijnen wanneer wordt vastgesteld dat mensen met een verleden met kanker toch een verhoogd sterfterisico hebben? Ik denk het niet. Het gevoel dubbel getroffen zijn zal ook dan aanwezig blijven.

Op het gebied van verzekeringen accepteren wij in zekere mate differentiatie van premie op basis van risicoclassificatie. Een fietsverzekering in Amsterdam is duurder dan op Terschelling. Een brokkenpiloot betaalt voor zijn autoverzekering een hogere premie dan de zorgvuldige rijder. Een roker betaalt een hogere ORV premie dan een niet roker. We accepteren die premieverschillen omdat we denken in zekere mate invloed te hebben op de omvang van het risico én omdat we inzien dat deze verschillen leiden tot verschillen in schadelast.

Anders ligt dit ten aanzien van zaken waarop we geen invloed hebben. Of je man of vrouw bent daarop hebben we niet veel invloed. Dus vinden wij het correct wanneer er in de ORV premies geen verschil in premies mogen zijn tussen mannen en vrouwen. Ook ten aanzien van de zorgpremie vinden we dat de premies voor de basisverzekering gelijk moeten zijn, ongeacht het medische risico.

In onze samenleving hechten we binnen kaders aan solidariteit. Zeggen we. Maar is dat ook zo? Of is het juister om te zeggen dat mensen met een hoger risico vinden dat andere mensen met een lager risico (met hun) solidair moeten zijn?

De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie gaat razendsnel. Waarbij de heilige graal lijkt te zijn het selecteren van de laagste risico’s. Definieer “het lage risico” en biedt een daarbij behorende, lagere premie, en de mensen met een laag risico stromen toe. Zoals we al in de tachtiger jaren van de vorige eeuw zagen toen DLG een aparte autopremie ging hanteren voor inwoners van Drenthe die blijkbaar hadden afgesproken elkaar niet meer aan te rijden.

Wanneer het kennelijk te veel gevraagd is ‘aan de goede risico’s’ om solidair te zijn met ‘de slechte risico’s’ heeft de verzekeringsbedrijfstak dan een eigen verantwoordelijkheid? Ik denk het wel. Door op de eerste plaats een vangnet te bouwen voor de echt hele hoge risico’s zoals we dat hebben gedaan met de oprichting van De Hoop en De Vereende. Maar dat is denk ik niet voldoende.

We zullen ook de softwarebouwers moeten laten weten dat niet alles wat kan, ook moet gebeuren. Wat zijn de kaders waarbinnen je risicodifferentiatie nog als onderneming en bedrijfstak voor je rekening wilt nemen? Dat lijkt mij een mooi thema om veel en lang met elkaar over na te denken.

Deze blog verscheen eerder als column in am:magazine 51.