De Bank als adviseur?

bank als adviseur

De geschillencommissie Kifid noemt het “contractsvrijheid”. De AFM noemt het “advies op maat”. Ik noem het maatschappelijk ongewenst gedrag.

We hebben het over De Bank die in al zijn uitingen aangeeft zo goed voor de klant te willen zijn. Die naast de klant staat. Die belooft dat hij de klant van de wieg tot het graf met de beste adviezen terzijde zal staan. Die optreedt als geldverstrekker en tegelijkertijd als adviseur op het gebied van hypothecair krediet. Die ene Bank dus. (Tja nu weet u nog niets. Krijg je ervan als al die banken op elkaar gaan lijken).

Die Bank dus die zo graag zijn eigen hypothecaire producten adviseert, maar in de documentatie die de klant krijgt onmiskenbaar duidelijk “wegschrijft” dat de bank niet adviseert over de door de klant te kiezen rentevastperiode.

“Dat is het goed recht van de bank’, zegt Kifid. “Er is in Nederland contractsvrijheid. De Bank mag zelf weten onder welke voorwaarden zij wel of geen advies geeft en dus mag ze  over bepaalde onderdelen van het keuzeproces dat de klant doormaakt, ook beslissen geen advies te geven, maar te volstaan met de klant te informeren wat de verschillende mogelijkheden zijn”.

De vraag is dan natuurlijk waarom De Bank over alles wil adviseren, maar waarom nu net niet over de te kiezen rentevastperiode? Het antwoord zal zijn dat De Bank bang is voor claims. Adviseert De Bank om de rente voor vele jaren vast te zetten dan zul je zien dat de rente gaat dalen en lange tijd op een lager niveau blijft hangen dan het advies van De Bank. Doet De Bank het tegenovergestelde dan gebeurt precies het omgekeerde. Dus als De Bank doe je het eigenlijk nooit goed.

De conclusie ligt voor de hand. De Bank vindt een advies over een te kiezen rentevastperiode veel te risicovol. En daarom zegt De Bank tegen de consument “zoek dit punt even lekker zelf uit”.

Die houding roept bij mij dan wel de volgende vraag op: wanneer knappe koppen die daarvoor doorgeleerd hebben iets te complex vinden om daarover te adviseren, hoe eerlijk is het dan om de consument die op dit gebied een totale leek is hierover zelf een keuze te laten maken?

Ik vind dit niet verantwoord en niet passen bij een organisatie die zich erop laat voorstaan klanten veilig door het financiële doolhof te leiden. Het is ook niet nodig om zo bang te zijn. Een advies is niet hetzelfde als een garantie hoe de toekomst er uit gaat zien. Een goed advies is een gemotiveerde aanbeveling om, gegeven een aantal mogelijke scenario’s, de klant de keuzen te schetsen en vervolgens aan te geven wat voor hem op basis van de nu bekende gegevens een bij zijn situatie passende keuze is.

Adviseurs die op voor de consument belangrijke onderdelen geen advies durven te geven, zouden zich eigenlijk geen adviseur mogen noemen.

Deze blog verscheen op AM:WEB d.d. 22 januari 2020.

Adviseurs: verspil het momentum niet!

Momentum

Ik geef het toe. Je moet even doorlezen. Maar op pagina 63 staat het er dan toch echt: Een voordeel is dat huishoudens bij wijzigingen in de praktijk in veel gevallen een financieel adviseur raadplegen, die ervoor kan zorgen dat aan de fiscale randvoorwaarden is voldaan. Waar deze mooie zin staat? In de Evaluatie doeltreffendheid en doelmatigheid eigenwoningregeling. Wie deze constatering doet? Het SEO Economisch onderzoek!

Waar kennen we het SEO ook alweer van? Inderdaad, het bureau dat op verzoek van het ministerie van Financiën zo vriendelijk was een rapport op te stellen met als conclusie dat provisie een pervers vergoedingssysteem was en daarom maar zo snel mogelijk moest worden afgeschaft. ”t Kan verkeren’, zoals al in de 16e eeuw de lijfspreuk van dichter Gerbrand Adriaanszoon Brederode luidde. Maar SEO heeft (ditmaal) gelijk: het fiscale systeem rondom de eigen woning is dolgedraaid en weinig consumenten zullen hier nog zelfstandig hun weg vinden. Fijn dat al die professionele adviseurs er zijn!

Adviseurs lijken de weg naar een oplossing

De waardering door SEO van financieel adviseurs is geen incident. Wie oplet ziet de ene na de andere organisatie tot de conclusie komen dat de adviseurs die dicht bij de klant gevestigd zijn en het vertrouwen hebben van die klant, voor veel problemen de weg naar een oplossing lijken. Of we het nu hebben over de minister van Milieu en Wonen die een versnelling wil aanbrengen in de besluitvorming van woningeigenaren om hun woning duurzaam te maken, of banken die het volume van aflosvrije hypotheek willen terugbrengen. Allemaal komt men op enig moment terecht bij de nog enkele jaren geleden bijna afgeschreven beroepsgroep van financieel adviseurs.

Ook de geachte verzekeraars waarvan velen een aantal jaren dachten dat ze het zelf wel konden, komen, ten onrechte niet beschaamd, terug. Wat ze constateren is dat ze vaak meer dan zes jaar niet geïnvesteerd hebben in kennis en relatieopbouw met dat intermediair. Maar vol goede moed “gaan ze er weer voor”. De verzekeraars die altijd hun geloof in het onafhankelijke intermediair hebben behouden zien hun gelijk maar niet altijd ook de waardering van het intermediair die ze eigenlijk verdienen.

Automatisering zal steeds meer “routinematige handelingen” gaan overnemen

Het beeld is positief. Dat kan leiden tot een gevoel van: “Zie je wel, we zeiden het toch”. Enige vreugde is gerechtvaardigd. Zolang dit maar niet leidt tot achteroverleunen. Want de wereld verandert wel degelijk snel. En adviseurs zullen in de komende tijd keihard aan de slag moeten om ook binnen al die veranderingen succesvol te blijven. De ICT-ontwikkelingen gaan snel. De bonte verzameling kleinere pakketleveranciers zijn bezig met een consolidatieslag. Dat duurt geen jaren. Automatisering zal steeds meer “routinematige handelingen” gaan overnemen. Dat zal de bedrijfsvoering van de financieel adviseur veranderen.

Bepaalde werkzaamheden zullen gemarginaliseerd worden. Wat overblijft zijn de meer complexe zaken. Ook een schadeverzekering voor een particulier kan complex zijn. Maar om de complexe zaken goed te adviseren zal de adviseur diep moeten gaan in zijn kennis en vaardigheid. Ook komen er nieuwe aandachtsgebieden zoals echtscheiding, patchwork gezinnen, duurzaamheid, senioren, mengvormen particulier/ondernemer. Gebieden die nog niet altijd hun plaats hebben gevonden in de wettelijke opleidingseisen. Maar die de adviseur toch zal moeten beheersen om een maatschappelijke meerwaarde te behouden.

Voor wie van zijn vak houdt is de toekomst van ‘het lokale adviescentrum voor financiële vragen’ heel positief. Maar dat vraagt wel blijvende inspanning om het vak te blijven ontwikkelen. Het momentum om deze mooie toekomst veilig te stellen ligt binnen handbereik. Mijn advies voor 2020: verspil als intermediaire branche dit momentum niet maar werk samen om de huidige maatschappelijke waardering verder te versterken.

Dit artikel verscheen eerder op NewFinancialForum d.d. 13 januari 2020.

2020: Zuivering van de ORV (en AOV!)-markt!

Overlijdensrisico

Mijn taxatie is dat er in 2020 een zuivering plaats gaat vinden in het denken over de overlijdensrisicoverzekering. Niet alleen adviseurs, AFM en Kifid zullen uit hun comateuze toestand ontwaken. Het besef dat we ‘zo’ niet met de belangen van consumenten kunnen omgaan, zal breed doordringen en tot actie leiden.

Dit jaar wordt er voor meer dan 100 miljard euro aan nieuwe hypotheken afgesloten. Voor een fractie van dit bedrag krijg je tegenwoordig het Malieveld vol met boze mensen. Het totaalbedrag dat gepaard gaat met het afsluiten van een hypotheek is zo groot en imponerend dat de kleine consument – die een deel van dit bedrag op zijn schouders neemt – uit beeld raakt.

Iedereen ziet dat het adviestraject niet verloopt zoals we dat als samenleving met elkaar hebben afgesproken

Wetgever is duidelijk
Toch zijn de adviesregels kraakhelder: de adviseur die een consument adviseert over een hypothecair krediet, onderzoekt of de consument de lasten kan dragen. Ook wanneer het lot van overlijden, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid een van de kostwinners treft. Maar de adviesregels gaan verder. De hypotheek zoals die uiteindelijk wordt afgesloten, wordt juridisch geacht te zijn conform het advies van de adviseur. Tenzij uit het dossier blijkt dat de adviseur op onmiskenbare, duidelijke wijze de klant heeft geadviseerd deze keuze niet zo te maken en helder heeft gemaakt wat de extra risico’s zijn als de consument zijn wens, tegen het advies van de adviseur in, toch doorzet. Veel duidelijker kan de wetgever niet zijn.

Dat is publiekrecht zult u zeggen. Klopt! Maar in het privaatrecht zal de prestatie van de adviseur getoetst worden aan de vraag hoe een ‘redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur’ in de gelijke situatie zou hebben gehandeld. Ik geef u op een briefje: de gemiddeld fatsoenlijke en redelijke bekwame adviseur kijkt in het kader van zijn advies over een hypotheek ook naar het risico van vooroverlijden. Zeker omdat de financiële gevolgen van het lot dat die aardige klant kan treffen voor minder dan de kosten van een Spotify-abonnement kunnen worden afgekocht.

Dit kan zo niet langer
Eind november mocht ik met opleiders, bestuurders van beroepsorganisaties en adviseurs om de tafel zitten. Mensen die de markt door en door kennen en door de jaren heen zich hebben ingezet om de kwaliteit van de financiële dienstverlening te verbeteren. Schokkend was de ervaring dat iedereen ziet dat het adviestraject niet verloopt zoals we dat als samenleving met elkaar hebben afgesproken. Zijn al die adviseurs dan onbekwaam en onbetrouwbaar? Nee hoor. Moeiteloos werden verschillende valide oorzaken genoemd: de klant die haast heeft; de auditor die de medewerker die wel zijn werk doet ‘pakt’, maar de collega die het risico wegschrijft laat gaan; besluitvorming van de NHG die tot het misverstand leidt dat ook de NHG de bijverbanden niet belangrijk vindt; geldverstrekkers die geen pijn meer in hun buik hebben over woningen die onder water staan… Er zijn dus redenen genoeg die de ongewenste situatie van doorgaan en niet over praten verklaren.

Het gaf mij veel vertrouwen om te zien dat deze mannen en vrouwen unaniem waren in hun oordeel: dit kan zo niet langer, dit moet snel anders; in het belang van de consument voor wie wij op aarde zijn! En dat is de reden dat ik denk dat we in 2020 een gedragsverandering zullen zien die leidt tot een zuiver advies voor ORV en AOV in het kader van hypothecair krediet. Het werd tijd!

Dit artikel verscheen op InFinance.nl d.d. 18 december 2019.

Zullen we weer gewoon normaal doen?

Witwassen van geld

Ik beloof dat ik er geen gewoonte van zal maken. Maar ik wil het dit keer toch opnemen voor de banken. In de periode 2013 -2018 is het aantal politiefunctionarissen bijna met 1.000 mensen gedaald. Er moest bezuinigd worden weet u wel. De criminaliteit daalde echter niet. Het witwassen van crimineel geld groeide naar schatting van deskundigen tot boven de 16 miljard euro. Per jaar.

Witwassen van geld
Voor het witwassen van geld heb je banken nodig. Aan banken werden daarom steeds strengere eisen gesteld om het witwassen van geld tegen te gaan. Dat is niet vreemd. We hebben allemaal een verantwoordelijkheid om onze samenleving leefbaar te houden. Als particulier moeten we ramen en deuren goed afsluiten en banken moeten proberen het witwassen van geld tegen te gaan. Deze eisen leidden bij banken tot een enorme inzet van mensen die niets anders doen dan criminelen het bestaan moeilijker te maken.

Meer dan 6.000 mensen werden in korte tijd aangetrokken. Niet alleen brengt dit grote kosten met zich mee. Ook werden alle procedures opgezet vanuit wantrouwen. De klant is niet langer de gewaardeerde consument die zijn vertrouwen aan de bankmeneren en bankmevrouwen schenkt, maar hoogstens iemand van wie na uitgebreid onderzoek wordt aangenomen dat hij niet crimineel is. Geen fijn uitgangspunt voor een relatie die is gebaseerd op vertrouwen.

Maar wacht even: als samenleving bezuinigen we op de organisatie die het best is uitgerust om boeven te vangen. En vervolgens vragen we – wanneer de criminaliteit over onze schoenen loopt – van private organisaties dat ze een veelvoud gaan investeren van hetgeen we in het publieke deel van onze samenleving hebben uitgespaard. Fijn de collectieve lasten stijgen minder snel. Maar de burger gaat links- of rechtsom de prijs hiervoor via hogere bankkosten betalen. Wie houdt nu wie voor de gek?

De privacy van mensen te beschermen
Er zijn meer voorbeelden. Neem de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Deze AVG is bedoeld om de privacy van mensen te beschermen. Terecht en prima. Maar is inmiddels volledig doorgeschoten. Anders kun je de situatie toch niet betitelen wanneer artsen mogelijk levensreddende informatie niet met collega’s durven te delen “omdat dit van de AVG” niet mag. Het is toch bizar om te denken dat het beschermen van privacy van een hogere orde is dan de bescherming van de fysieke en geestelijke gezondheid van mensen?

Ik geef meteen toe. De baas van de Nederlandse Autoriteit Gegevensbescherming lijkt mij geen lachebekje. Maar is het nu echt voorstelbaar dat hij zijn bonnenboekje direct uit zijn zak haalt als de ene arts informatie deelt met de andere arts die de consument behandelt?

Ook de financiële markt zien we verkrampen door het AVG spook. Weg echt meedenken met de klant. Kan niet. Mag niet. Doen we niet.

Boeven opsporen en aanpakken
Natuurlijk. Wanneer je ziet dat je grote collega 775 miljoen moest aftikken omdat hij niet heeft gedaan wat primair de overheid zelf had moeten doen: boeven opsporen en aanpakken, word je natuurlijk voorzichtig. De totale organisatie gaat dan in de veiligheidsmodus. Ik begrijp het. Toch hoop ik dat de financieel dienstverlener als “local hero” het blijft aandurven om gewoon normaal te blijven doen.

Deze blog verscheen op AM:WEB d.d. 28 november 2019.

Dubbel getroffen

Column Jurjen

Ik voel mee met al die mensen die op enig moment het bericht kregen “er is bij u kanker geconstateerd”. Ondanks de enorme vooruitgang die de medische wereld bij deze ziekte boekt, zal de mededeling “u heeft kanker” toch het ergste doen vrezen. Wanneer je dan als patiënt na lange tijd te horen krijgt dat je “schoon” bent en weer als “gewoon mens” door het leven kunt gaan, snap ik dat je je dubbel getroffen voelt wanneer je vele jaren later bij het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering moet constateren dat de verzekeraar in kwestie je eigenlijk liever niet ziet komen. Nou ja o.k. dan. Wanneer je extra betaalt mag je binnenkomen.

Ik begrijp dat deze houding van de verzekeraars boosheid en verdriet veroorzaakt. Wanneer het sterfterisico van mensen met en zonder een verleden met kanker gelijk is, zijn deze gevoelens ook terecht. Maar, zouden die gevoelens verdwijnen wanneer wordt vastgesteld dat mensen met een verleden met kanker toch een verhoogd sterfterisico hebben? Ik denk het niet. Het gevoel dubbel getroffen zijn zal ook dan aanwezig blijven.

Op het gebied van verzekeringen accepteren wij in zekere mate differentiatie van premie op basis van risicoclassificatie. Een fietsverzekering in Amsterdam is duurder dan op Terschelling. Een brokkenpiloot betaalt voor zijn autoverzekering een hogere premie dan de zorgvuldige rijder. Een roker betaalt een hogere ORV premie dan een niet roker. We accepteren die premieverschillen omdat we denken in zekere mate invloed te hebben op de omvang van het risico én omdat we inzien dat deze verschillen leiden tot verschillen in schadelast.

Anders ligt dit ten aanzien van zaken waarop we geen invloed hebben. Of je man of vrouw bent daarop hebben we niet veel invloed. Dus vinden wij het correct wanneer er in de ORV premies geen verschil in premies mogen zijn tussen mannen en vrouwen. Ook ten aanzien van de zorgpremie vinden we dat de premies voor de basisverzekering gelijk moeten zijn, ongeacht het medische risico.

In onze samenleving hechten we binnen kaders aan solidariteit. Zeggen we. Maar is dat ook zo? Of is het juister om te zeggen dat mensen met een hoger risico vinden dat andere mensen met een lager risico (met hun) solidair moeten zijn?

De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie gaat razendsnel. Waarbij de heilige graal lijkt te zijn het selecteren van de laagste risico’s. Definieer “het lage risico” en biedt een daarbij behorende, lagere premie, en de mensen met een laag risico stromen toe. Zoals we al in de tachtiger jaren van de vorige eeuw zagen toen DLG een aparte autopremie ging hanteren voor inwoners van Drenthe die blijkbaar hadden afgesproken elkaar niet meer aan te rijden.

Wanneer het kennelijk te veel gevraagd is ‘aan de goede risico’s’ om solidair te zijn met ‘de slechte risico’s’ heeft de verzekeringsbedrijfstak dan een eigen verantwoordelijkheid? Ik denk het wel. Door op de eerste plaats een vangnet te bouwen voor de echt hele hoge risico’s zoals we dat hebben gedaan met de oprichting van De Hoop en De Vereende. Maar dat is denk ik niet voldoende.

We zullen ook de softwarebouwers moeten laten weten dat niet alles wat kan, ook moet gebeuren. Wat zijn de kaders waarbinnen je risicodifferentiatie nog als onderneming en bedrijfstak voor je rekening wilt nemen? Dat lijkt mij een mooi thema om veel en lang met elkaar over na te denken.

Deze blog verscheen eerder als column in am:magazine 51.

Groot, groter en grootst

Consument

De ‘bazen’ zijn weer vrolijk. Na jaren van verlies of marginale marges, worden de cijfers weer diepzwart. Het resultaat van verhogingen van premies, versmalling van het assortiment, schaalvergroting en vermindering van arbeidsplaatsen. Er is dus reden tot tevredenheid.

Maar zoals altijd is er ook een keerzijde. De steeds groter wordende aanbieders dreigen zich niet meer te kunnen verplaatsen in de individuele belevingswereld van de consument.
Mag ik twee voorbeelden geven? Mijn schoonmoeder is oud, slecht ter been en ziet bijna niets. Onlangs is ze verhuisd naar een verzorgingshuis in een ander deel van Nederland. Ze wil haar rekening bij de bank aanhouden. Maar de nieuwe plaatselijke bank is onverbiddelijk: ze moet persoonlijk langskomen en zich identificeren. De angst voor de toezichthouder en de macht van compliance legitimeert elke medewerker om het verstand op nul te zetten en ‘regels’ te laten prevaleren boven het klantbelang.

Risico-opslag
Een ander voorbeeld. Met dank aan Kifid. Een aanhoudende stroom van klachten betreft de door banken gehanteerde risico-opslagen bij hypotheken. De geschillencommissie is consequent in haar uitspraken: De bank mag in haar voorwaarden bepalen dat klanten die menen voor een verlaging van de risico-opslag in aanmerking te komen, hier zelf actief om moeten vragen. Vraagt de klant niets dan hoeft de bank niets te doen ook al weet de bank dat de klant inmiddels voor deze verlaging in aanmerking komt. Ook legitimeert Kifid dat de bank vasthoudt aan het beleid dat de waarde van de door de consument in het kader van het hypothecair krediet aan de bank verpande levensverzekering niet meetelt om te bepalen of de klant in aanmerking komt voor een lagere risico-opslag. Ik snap de consument die dit onredelijk vindt.

License to operate
We moeten leren leven met grote financiële instellingen die niet meer de menselijke maat kennen en herkennen. Ik denk dat ook hier het spreekwoord op zal gaan ‘dat de kruik zo lang te water gaat tot hij barst’. Financiële instellingen die in hun streven om de toezichthouder te behagen en het rendement te optimaliseren het dagelijks klantbelang uit het oog verliezen, zullen uiteindelijk hun maatschappelijke license to operate verliezen. Het dienen van klantbelang behoort niet een speeltje van de afdeling marketing te zijn maar moet diep in de organisatie verankerd zijn. Ik denk dat de snelle managers veel kunnen leren door regelmatig ‘mee te draaien’ op de afdeling klachten. Niet omdat de consument altijd gelijk heeft, maar wel om te ervaren waar de belevingswerelden van beide partijen niet op elkaar aansluiten.

Zekerheid bieden
Afwijken van regels omdat de uitkomst niet eerlijk is, vraagt moed. Dat is lastig in een een klimaat waarin medewerkers weten dat de volgende reorganisatie al weer wordt voorbereid. Het is een keuze. Niet opvallen en veilig binnen de lijntjes blijven kleuren. Of het eigen verstand gebruiken en invulling geven aan het doel waarvoor de organisatie is opgericht: zekerheid bieden en doen wat de consument in redelijkheid van een fatsoenlijke organisatie mag verwachten, ongeacht wat er in de kleine letters staat.

Deze blog verscheen op AM:WEB d.d. 17 september 2019.

Innovatie dwingt ook wetgever tot innoveren

Opinie innovatie

Ik denk dat weinig mensen er ooit van gehoord hebben: de metrologiewet. En toch heeft iedereen er elke dag mee te maken. Of u nu een pak melk koopt bij de supermarkt of uw auto voltankt. Metrologie? Dat heeft toch met het weer te maken? Nee dus. Dat zijn twee letters extra: meteorologie.

De metrologie is de leer van maten en metingen. Daar hebben we in Europa een heuse richtlijn voor en in Nederland dus wetgeving. De metrologiewet vereist dat bedrijven gebruikmaken van goedgekeurde meetinstrumenten waardoor ‘een kilo’ overal in Europa ook echt een kilo is. Dit biedt niet alleen consumenten maar ook bedrijven bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken als gevolg van ‘rommelen’ met het meetinstrument.

Oneigenlijke sturingselementen

Wat de weegschaal is voor de groente-adviseur of de vlees-raadgever is de advies- en bemiddelingssoftware voor de financieel adviseur. De software die deze financiële adviseurs gebruiken wordt steeds knapper en weegt steeds meer feiten, ervaringen en aannames mee die bepalend zijn voor het uiteindelijke advies. De goede adviseur zal altijd de uitkomst beoordelen en kritisch kijken of wat de ‘computer’ zegt, ook zijn oordeel is. De ontwikkelingen gaan echter snel. Weinig adviseurs kunnen in detail nog echt controleren wat er in die computer gebeurt. De output wordt vaak in goed vertrouwen overgenomen. Met software kan van alles aan de hand zijn. Innovatieve, nieuwe producten kunnen niet of heel laat in de software worden opgenomen. De software kan fouten bevatten zonder dat deze gemakkelijk zichtbaar zijn. En ja, het is ook mogelijk oneigenlijke sturingselementen in te bouwen. De software kan de adviseur zelfs verleiden dingen te doen die niet mogen. Bijvoorbeeld een hypotheekofferte aanvragen met het BSN van de aspirant-klant. Menig softwaresysteem weigert de wet te respecteren. Geen BSN, dan ook geen bericht naar de aanbieder.

Verwevenheid tussen partijen neemt toe

Er is nog een andere wet. Namelijk de wet die zegt dat alles wat kán gebeuren op enig moment ook zál gebeuren. De vraag of er toezicht op de juistheid van financiële software moet komen (ja, daar gaat deze column dus over) wordt extra interessant indien belanghebbenden bij de uitkomst van de software eigenaar worden van die software. Is dat daarmee een motie van wantrouwen naar aanbieders die (mede-) eigenaar worden van software die financieel adviseurs gebruiken? Nee, het is wel een illustratie van een ontwikkeling waarbij de verwevenheid tussen partijen toeneemt en innovatie een grotere impact gaat krijgen op de software die steeds bepalender wordt voor de uitkomst van het adviesproces.

Denk na over alternatieven

Wanneer we het als samenleving belangrijk vinden om te controleren of de weegschaal voor het wegen van aardappelen ‘eerlijk’ is, dan is het de vraag of we die objectieve controle ook moeten hebben voor de weegschaal die de financiële wensen en behoeften van de klant weegt.

Innovatie. Het is mooi. Maar het dwingt de wetgever voortdurend om na te denken of en zo ja wanneer en op welke wijze ook de wet aan de vernieuwingen moet worden aangepast. We kunnen wachten totdat de wetgever het initiatief neemt, maar niets verbiedt de sector om ook zelf over alternatieven na te denken.

Deze blog verscheen op AM:WEB d.d. 3 juli 2019.

Robots als journalist?

Robots als journalist?

Af en toe schrik ik ‘s nachts nog wel eens wakker. Ik hoor dan dat telefoontje dat op het secretariaat van de NVA binnenkomt met vervolgens een stem die zegt: “ik hoor…” De stem is van de eerste hoofdredacteur van am: Piet Biemans. ‘Meneer Biemans’ – pas na een lange tijd werd het ‘Piet’ – was een journalist van de oude stempel. Een beetje morsig en altijd wantrouwend over wat je zei.

In mijn herinnering belde hij zo ongeveer elke week. Het kwam zelden voor dat hij echt alleen maar lucht had. Minstens was er toch wel wat rook. Hoe dat kwam? Ik was niet de enige die hij belde. We hadden toen nog geen internet of mail. Alles ging per telefoon. En Piet belde met veel mensen. In die gesprekken zeefde hij permanent de voor hem relevante signalen. Wanneer mensen praten en je goed luistert, vind je kruimels die leiden tot nieuws.

Uit de publiciteit

Juist omdat je elkaar kende en elkaar wekelijks aan de lijn had, haalde je het niet in je hoofd om wanneer Piet ‘beet’ had – zonder dat hij het zelf misschien al zeker wist – dit tegen beter weten in te ontkennen. Op papier een beetje jokken is niet zo moeilijk. Maar dat lukt niet met iemand die je aan de telefoon hebt en bij een omtrekkende beweging meteen doorvraagt.

Bij PR denken mensen vaak dat dit het vak is om een mens of organisatie zo gunstig mogelijk in de publiciteit te brengen. Dat klopt maar ten dele. Een door opdrachtgevers gewaardeerd onderdeel van PR is ook te proberen organisaties en gebeurtenissen juist uit de publiciteit te houden. Waar verstop je een boom? Precies, in een bos. Dat geldt ook voor feiten die geen nieuws mogen worden. Gelukkig hebben we internet en sociale media, waarmee we eindeloos berichten over de samenleving kunnen uitstorten. Die arme journalisten lopen met zweet op hun rug al dat gecreëerde nieuws achterna en missen dan vaak precies datgene wat de machthebbers liever uit de publiciteit willen houden.

Om de tuin leiden

Dat roept de vraag op of we journalisten niet beter kunnen vervangen door robots? Ik kom op deze gedachte doordat ik op am:web het bericht las waarin Independer bekendmaakt te starten met hypotheekadvies door robots. Slecht als ik ben denk ik dan meteen ‘wat staat er nog meer in dat bos’? Maar het idee van robots prikkelt mijn fantasie.

Robots lijken mij bij uitstek in staat om uit de miljoenen berichten het echte nieuws te selecteren. Robots kunnen, denk ik, ook fantastisch feiten checken. Sneller en beter dan die arme hardwerkende journalisten die door hun uitgevers steeds verder uitgebuit worden: lage salarissen, niet meer roken aan het bureau en ook de fles met sterke drank mag niet meer. De robot als journalist lijkt mij een stuk eenvoudiger te maken dan de robot die voor hypotheekadviseur gaat spelen.

En toch… En toch geloof ik er niet in. Ik heb niet zo veel morele problemen om die robot om de tuin proberen te leiden. Maar wanneer Jannie Benedictus belt? Tja, dat is andere koek. Ik hoor dan toch weer haar overgrootcollega-hoofdredacteur zeggen: “ik hoor…”. Ik weet dan dat ik de klos ben.

Deze blog verscheen eerder als column in am:magazine 48.

Het zal geen toeval zijn. Toch?

deskundige en integere adviseurs

Na een paar mooie jaren begint het volume aan nieuwe hypotheken te verminderen. Het aantal kooptransacties is beperkt. De oversluitmarkt heeft zijn hoogtepunt wel gehad. Opeens wordt de markt creatief. Ouderen worden gestimuleerd een lening te nemen op hun hypotheekvrije woning om “plezieriger oud te worden” . Ook de zorg voor het  klimaat is aanleiding om consumenten aan te moedigen extra te lenen om de eigen woning duurzaam te maken. Met als nieuwste initiatief het binnenhalen van huurders onder het motto als je € 900 euro aan huur kunt betalen, kun je ook € 700 hypotheeklasten betalen voor een koophuis.

Een vergelijkbare ontwikkeling is te zien in de markt van crowdfunding. Van oorsprong een initiatief met een hoog idealistisch gehalte, vanuit bezit bezitsarme helpen. Mooi. Maar de crowdfund organisaties werden groter. De eigen kosten stegen en de druk om voldoende nieuwe projecten te vinden nam toe. Nu blijkt dat de rendementen lager zijn dan voorgespiegeld en het aantal projecten met betalingsproblemen stijgt.

Ook de schademarkt levert een interessant beeld op. Jarenlang zijn de marges bij verzekeraars  al flinterdun. DNB stuurt verzekeraars met harde hand naar meer solide resultaten. Met als gevolg over de gehele linie hogere premies, maar ook minder ruime polisvoorwaarden en een veel kritischere behandeling van schades. Dit is bijvoorbeeld  zichtbaar in het aantal claims op de aansprakelijkheidsverzekering dat wordt afgewezen onder het motto “u als verzekerde voelt zich misschien wel verantwoordelijk maar juridisch bent  u niet verantwoordelijk en dus ….”.

Het is geen toeval dat in een krimpende markt nieuwe productvariaties worden bedacht. Het is geen toeval dat bij druk om de productie te verhogen grotere risico’s worden genomen. Het is geen toeval dat om het rendement te verbeteren de polisvoorwaarden en het schadebehandelingsproces worden aangescherpt.  Het is geen toeval en ook niet allemaal onbehoorlijk.

Maar, het is wel een markt waarin de consument erg gebaat is bij deskundige en integere adviseurs.

Hufterigheid in verkeer terugdringen

Hufterigheid in verkeer

678. Dat is het aantal mensen dat in 2018 bij een verkeersongeval om het leven kwam. Een veelvoud van dit aantal mensen raakte zwaar gewond. De slachtoffers zullen levenslang elke dag de nadelige gevolgen van die ene seconde van de klap ervaren.

We leven in een samenleving met wetten en regels. Zonder het misschien te beseffen gaan we de hele dag overeenkomsten met elkaar aan. De bakker die een brood verkoopt, sluit een koopovereenkomst. De financieel adviseur die een consument helpt bij het vinden van een goede hypotheek sluit een opdracht tot dienstverlening. Het zijn allemaal afspraken over hoe we met elkaar willen omgaan.

Het rechtsgebied waarmee mensen het meest frequent te maken hebben, is het verkeersrecht. Een set afspraken die we als samenleving met elkaar hebben gemaakt. Afspraken die, indien iedereen deze zou naleven, de kans op ernstige ongevallen minimaliseren.

Echter, het tegenovergestelde is te zien. Trends die in de samenleving op veel plekken zijn waar te nemen, doen zich in verhevigde mate in het verkeer voor. Een mentaliteit van ‘Ik doe wat ik wil’ voert de boventoon.

Ik ben bang dat het ontbreken van respect voor de verkeersregels die we met elkaar hebben afgesproken steeds meer uitwaaiert naar de andere afspraken die we in onze samenleving met elkaar hebben gemaakt. Er is toch geen reden om te verwachten dat mensen die verkeersregels aan hun laars lappen vervolgens wel keurig de andere afspraken binnen onze samenleving nakomen?

Hufterigheid terugdringen

Wil de samenleving leefbaar blijven dan zullen we de hufterigheid in het verkeer moeten terugdringen en zorgen dat de elementaire afspraken weer worden nageleefd. Niet alleen om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen, maar ook om in breder perspectief te zorgen dat wetten en regels die nodig zijn om onze samenleving goed te laten functioneren, gerespecteerd worden.

Ik ben ervan overtuigd dat dit kan. Maar het vereist politieke moed. We blijken het namelijk niet te redden met alleen boetes. En ook het innemen van het rijbewijs is onvoldoende. Ik denk ook omdat deze sancties ‘voor de buitenwereld’ niet direct zichtbaar zijn. De afschrikkende werking is evident niet sterk genoeg. En de impact verschilt. Immers de sanctie is gelijk ongeacht iemands inkomen of vermogen.

Drastischer maatregelen

Ik ben daarom een warm voorstander van drastischer maatregelen. En die zijn wat mij betreft dat bij een aantal gevaarzettende handelingen die mensen in het verkeer bewust maken, de sanctie is dat het motorrijtuig waarmee het delict is begaan voor een periode van zes maanden in beslag wordt genomen. En bij een tweede delict binnen een bepaalde periode wordt het motorrijtuig verbeurd verklaard. Dat doet echt pijn, want buren en vrienden zien het, maar ook omdat de auto voor velen het verlengde van hun persoonlijkheid is.

Over welke delicten hebben we het dan? Ik denk dan aan delicten als dronken rijden, harder rijden dan 30 km per uur in een 30 km zone , blijven rijden over afgekruiste weggedeelten. En ja ook aan gebruik van de mobiele telefoon tijdens het rijden.

Ik denk het zeker te weten: Bij genoeg toezicht behoort dit type overtredingen binnen een paar maanden tot het verleden. Want de boete dragen we manmoedig onder het motto “shit happens”. Maar de heilige koe zes maanden kwijt raken, laat staan definitief, dat is iets anders.

Is de sanctie te zwaar? Hoe redelijk is het om een automobilist die tweemaal de fout ingaat zijn auto van meer dan 100.000 euro te ontnemen? Dat is mijns inziens heel redelijk, omdat de automobilist willens en wetens zijn eigen genot boven de veiligheid van anderen stelt. We moeten af van de idee dat het mogen rijden in een auto een soort absoluut recht is. Het is een gunst onder de conditie dat je anderen niet in gevaar brengt. Het ontnemen van dat recht omdat je bewust anderen in gevaar brengt, dat doet pijn. Het weegt niet op tegen het leed van die duizenden gewonden en honderdduizenden nabestaanden dat in de komende jaren als gevolg van bot egoïsme in het verkeer zal blijven ontstaan. Maar zoiets vraagt dus politieke moed.

Deze blog verscheen op VVPonline.nl d.d. 23 april 2019.